Deel twee van het filmonderzoek.
Op vrijdag 5 juni is het laatste onderzoek gedaan met betrekking tot het gebruik van applicaties en telefoons in de klas. Aan de hand van het vorige onderzoek besloten Jessie en René een zelfde onderzoek te doen maar met een andere doelgroep, namelijk studenten van het conservatorium Maastricht. Insteek van het onderzoek was een antwoord op de vraag: Hoe groot is de vereiste muzikale voorkennis van muziek bij de mogelijkheden van het gebruik van applicaties en telefoons om tot een hoogstaand muzikaal resultaat te komen. Zouden de conservatoriumstudenten een muzikaal kwalitatief beter eindresultaat neerzetten dan de VMBO leerlingen?

Het gebruik van de ouderwetse zwart-wit film in de VMBO klas had alles te maken met het feit dat het project zowel binnen het vak muziek als CKV moest vallen. Het ligt voor de hand om in het tweede onderzoek de zelfde film te gebruiken. Echter is hier gekozen voor een modern animatiefilmpje. De belangrijkste reden was het zoeken naar nieuwe mogelijkheden. Door een ander thema en een andere filmstijl te gebruiken wilden we onderzoeken of de proefpersonen met andere applicaties en dus andere geluiden zouden komen.

De keuze van het filmpje viel ditmaal op “Les pyramides d’Egypte” van de firma Disney. In het filmpje vind een archeoloog, samen met een kameel, een piramide in het midden van de woestijn. Het kenmerk dat we wilden behouden in beide films was het komische karakter, omdat dit niet alleen om muzikaal materiaal maar ook om geluidseffecten vraagt.
Daarnaast kregen de conservatoriumstudenten enkel hun eigen telefoon als werkmateriaal. Net als in de VMBO klas werd de film groot op een Smartboard gedraaid en kregen de studenten een lege grafische partituur aangereikt om het overzicht te bewaren.

Voor dit onderzoek vormden vier klasgenoten (jongens) de doelgroep. Ze kregen, net zoals elke VMBO-groep, 2,5 a 3 minuten aan film. De 4 keer 30 minuten verspreid over twee weken werd in dit geval samengevoegd in een onderzoek van 2 uur waarin de studenten de muziek voor de film af moesten hebben. Onder de studenten werd er zowel gebruik gemaakt van iPhones als van Android telefoons, waardoor er net als in de VMBO klassen gebruik kon worden gemaakt van een breed aanbod aan applicaties.

Ze kregen de film te zien zonder het originele geluid. Dit was natuurlijk anders bij de zwart-witfilm omdat daar überhaupt geen muziek onder zat. Daarna kregen de studenten 20 minuten tijd om applicaties te downloaden of zelf nieuwe applicaties te zoeken. Zij konden gebruik maken van het overzicht van apps voor zowel iPhone als Android.
(zie elders op de website) Het nadeel van de iPhone is dat veel bruikbare applicaties geld kosten, maar in combinatie met de soms kwalitatief minder applicaties van Android werd dit probleem snel verholpen. De 20 minuten leken misschien wat kort in eerste instantie, maar al snel bleek dat de jongens goed gebruik wisten te maken van de gevonden applicaties en wat ze nog extra nodig hadden, konden ze snel erbij downloaden.
Net als in de VMBO klassen was het ook voor deze kleine groep zoeken naar wie de leiding had en het proces coördineerde en de tijd in de gaten hield. Jessie heeft zelf af en toe aangegeven dat er knopen doorgehakt moesten worden en dit hadden ze na een tijdje zelf door. Wat betreft het uitproberen van de applicaties gedroegen ze zich namelijk hetzelfde als de middelbare scholieren en bleven veel te lang hangen in het uitproberen van geluidseffecten. Sommige applicaties bieden ongekende mogelijkheden en nemen daardoor nogal eens de concentratie weg.

De studenten wisten een prima overzicht te maken in de grafische partituur van de muziek en effecten die ze wilden gebruiken. Daarnaast hadden ze volledig uitgepuzzeld wie welk geluid en wanneer zou inzetten. Dit hield in dat ze, net als de middelbare scholieren, soms moesten wisselen van applicatie op de telefoons om zo op tijd te performen. Na twee keer oefenen met een kleiner scherm mochten de studenten plaatsnemen voor het Smartboard.

Tijdens het onderzoek op de middelbare school werd duidelijk dat het gebruik van kleine boxjes geen meerwaarde had. Ze produceren nauwelijks méér geluid dan de telefoons zelf en het kost veel tijd om ze aan te sluiten en te laten werken. Daarom is besloten om in dit onderzoek enkel gebruik te maken van de speakers in de telefoons zelf. In een voor de rest leeg klaslokaal bleek dit ook prima te werken.
De jongens hebben uiteindelijk drie keer live muziek gemaakt bij de film en dit is elke keer opgenomen. Naar aanleiding van de opnames in het VO werd nu gekozen om met één camera op verschillende plekken in de ruimte op te nemen. Alle drie de ‘performances’ verliepen vrijwel vlekkeloos.

Beantwoording van de onderzoeksvraag kan positief beantwoord worden: Conservatoriumstudent zijn in staat om een muzikaal beter resultaat neer te zetten.

  • Het werken in een kleinere groep heeft vooral zijn voordelen gehad wat betreft de mogelijkheid om meer tijd over te houden om te oefenen. Het coördineren van alle verschillende applicaties gaat gemakkelijker en dat bood de studenten meer overzicht. Een grotere groep heeft weer een groter aanbod aan creativiteit en mogelijkheden omdat er meer applicaties tegelijkertijd gebruikt kunnen worden.

  • Over het algemeen valt te stellen dat beide groepen even snel het gebruik van een applicatie onder de knie hebben. Binnen no-time zijn alle opties uitgeprobeerd en zijn ze in staat de applicaties op adequate wijze te gebruiken.

  • Het grootste verschil tussen de beide onderzoeken was dat de Conservatorium studenten veel meer inzetten op muzikale applicaties. Ze hebben een beter beeld en grotere kennis van het functioneren van muziekinstrumenten en kunnen dus sneller aan de slag met virtuele instrumenten. De studenten gebruikten in feite eigen gecomponeerde muziek, gemaakt op een virtuele piano met strings geluid. De middelbare scholieren, waarin maar een fractie van de leerlingen zelf muziek maakt en ook over theoretische kennis beschikt word er juist veel meer gebruik gemaakt van applicaties die een totaal nieuw geluid creëren, dat niet te maken is met een ‘klassieke’ piano of gitaar. In dat opzicht zijn zij creatiever.

  • Wat in beide groepen naar voren kwam was het hoge percentage aan gebruik van geluidseffecten. Er zijn meerdere applicaties te vinden met volledige soundbanks aan effecten, waarin vaak ook theme songs van grote blockbuster films te vinden zijn. Beide groepen kunnen blijkbaar veel tijd verspelen aan het zoeken naar geluiden in zo’n database. Het is een makkelijke manier om - met een simpele druk op een knop - een aantal seconden van een film te voorzien van muziek. De theme songs worden gebruikt als bestaande muziek (met een knipoog naar de originele film). Daarnaast beschikken ze nog over apps die geluidseffecten toevoegen aan de film. Scholieren gebruiken eerder theme songs en bestaande geluiden dan de Conservatorium studenten.


Neveneffecten van dit onderzoek:
  • bij beide doelgroepen is gebleken dat het plezier in de opdracht leidt tot meer focus op het werk. Wel is sturing nodig om niet te vervallen in blijven uitproberen.
  • De inzet van een “eigen” mobieltje geeft een community-feeling. Wat duidelijk niet speelde was een waardering van het ene device boven een ander. Hierdoor kan iedereen participeren.
  • De inzet van stomme films als onderdeel van de lessen ckv bij het vmbo zette aan tot verder onderzoek door de leerlingen naar mogelijkheden om films te maken zonder geluid en gesproken woord. De intrinsieke motivatie was hoog.


Samenvattend
Wanneer een leerkracht telefoons en applicaties in de klas wil gebruiken is het van belang vooraf te bepalen of het muzikale resultaat vanuit de leerlingen komt of vanuit de applicaties/devices. Dit staat en valt met de doelstelling van de les. Is de keuze voor een muziekles of een les ckv.
Is muzikaal resultaat belangrijk dan is er tijd nodig om te investeren in muzikale voorkennis. Staat dit op een tweede plan dan wordt de muzikaliteit overgelaten aan een technisch apparaat. De mogelijkheden en beperkingen van dit apparaat bepalen daarmee de uitkomst van het project.

Er is dus een grondig voorbereiding nodig voor een docent om dit soort activiteiten/projecten uit te voeren. Er zitten veel addertjes onder het gras doordat je werkt met technische apparaten die niet altijd zo wil werken als bedacht.


Echt – Horn – Maastricht, juli 2015

René Pisters
Jessie van den Boorn